Archive

Inspiration

social networking
via Flickr/Sean MacEntee

I’m an active user of all kinds of social media, as you can tell from some of the links on this blog. But, there are plenty of things that I don’t like about social media – or rather, that I dislike in how people use it.

For example, one of my pet peeves on LinkedIn is receiving an invitation to connect from someone I’ve never met who doesn’t include anything personal in that invitation.

Who are you?
Why do you want to connect with me?
Why is it interesting for me to connect with you?

These are some of the questions that immediately pop up when I see yet another one of these emails popping up in my inbox.

Ususally, I ignore. (So, if you are reading this and I don’t know you, but you once sent me an impersonal LinkedIn invitation: now you know why I didn’t accept) Sometimes, I’m in a good mood. And I think, ‘Sure, I’ll reply. Why not?’

When I do, I accept an invitiation, but also reply with a message to the sender to find out more about this person and the things we might have in common. I like knowing my network – that doesn’t have to mean we go way back, but I want to have some idea of who you are. Of course, this appraoch doesn’t always work. And those people, after time, are deleted from my contact list again. But sometimes, the results go way beyond anything I had expected.

One of these invitations a year ago ultimately led to a small project to help his company set up a location in Tokyo – and, incidentally, was my first project as an entrepreneur. And this week I finally replied to another one of these invitations which had been sitting in my inbox for a while staring at me indecisively. It’s now a few days later, I’m also in touch with one of his contacts and together we’re talking about a possible collaboration to work on in September. It may not happen, of course, but just the idea that this is a possibility leaves me amazed at the power of (online) networks.

It’s also a good reminder to just do this more often: connect and talk to people. It’s the only way to make social media such as LinkedIn and Twitter (and probably all the others) work in the way you would like them to. Anyway, I guess this article (in Dutch) pretty much sums that up as well.

And probably, it’s the only way anything in the world works. 

PINA – Tanzt, tanzt, sonst sind wir verloren – Deutscher Trailer from neueroadmovies on Vimeo.

Gisteravond, terug in mijn hotel in Parijs na een avond bijpraten met goede vrienden, val ik op tv in de documentary Pina, over het werk van choreografe Pina Bausch. Een bijzondere film die ik een tijd terug eens in 3D in de bioscoop heb gezien, absolute aanrader dus!

Nu ik de film weer zie, na in de tussentijd ook regelmatig naar moderne dansvoorstellingen te zijn geweest, heb ik het gevoel steeds meer te herkennen; bewegingen, muziek, thema’s.

Ik blijf geboeid kijken naar haar stuk ‘Vollmond’ wat uitgezonden wordt na de documentaire. Volle maan – en het stuk bestaat vooral uit individuele dansers die ‘gek’ doen op het podium. Soms bedeesd, soms uitbundig, soms klein, soms groot. Dans boeit. In welke vorm ik het ook zie, telkens blijf ik kijken. Dus ook nu weer.

De uitspraak in de titel komt van haar – en komt vanavond ook even aan. Omdat het doet denken aan de twee onverwachte begrafenissen die ik de afgelopen maand had. En vooral omdat ik toen telkens dacht: het is zo belangrijk om datgene te doen wat je echt wil doen, waar je blij van wordt, gelukkig van wordt, energie van krijgt.

Dat zie ik misschien ook wel terug in een goed dansstuk: dansers die vol overgave iets bijzonders neer zetten.

Dance, dance! Otherwise we are lost.

Een paar weken geleden werd ik gevraagd om een ‘educatieve’ presentatie te geven bij een nieuwe Toastmasters club in Almere. Ik ben al jaren lid van Toastmasters, een organisatie waar je leert om goed te spreken in het openbaar. En in plaats van dat het – zoals in het begin – gaat om die zenuwen te overwinnen en om met vertrouwen voor een publiek te staat, is het al een tijd lang gewoon leuk geworden. Leuk: om een mooi verhaal te vertellen of om te bedenken hoe je jouw boodschap het beste kunt overbrengen aan je publiek.

Maar, aan andere mensen vertellen hoe zij het beste een goede speech in elkaar kunnen zetten, terwijl ik daar zelf altijd heel chaotisch in ben, is toch wel weer een nieuwe uitdaging. Ook omdat praten over de structuur van een speech gewoon een heel saai en droog onderwerp is. Hoe maak je dat nou leuk en vermakelijk?

Inspiratie zit gelukkig in een klein hoekje, en bij het opruimen van mijn huis kwam ik een bolletje blauw touw tegen wat ik ooit eens heb gebruikt bij een teamdag om te laten zien hoe belangrijk verbinding is. Want zolang iedereen het touw vast houdt, gaat het goed. Maar laat ook maar één persoon dat touw los, dan wordt het chaos en raak je de verbinding kwijt.

En eigenlijk is het ook zo met de structuur van een speech. Die heeft ook verbinding nodig. Van opening naar je argumenten naar een goede conclusie. En dat symboliseerde dat blauwe touw (of ook wel: de bekende rode draad): je belangrijkste punten moeten met elkaar verbonden zijn, anders wordt het een grote berg spaghetti.

One of my recent website/blog finds is Shareable, a website bringing together stories and news from the world of the ‘sharing economy’. I’m not too sure what I think of naming another concept – I’m not a fan of labelling everything that is supposedly different, but maybe not really.

Anyway, what I like about Shareable – and I don’t nearly read everything – is the variety of topics and the new things I find when looking through a few days’ worth of articles.

It’s where I found Legobombing, where I’m following the saga of a junior co-worker (which coincides with my own route of discovering fitting workspaces and the so often alluded to ‘serendipity’), and many more bits of information on what happens when people find each other and start doing stuff together.

I love the glimpse of optimism and creativity in the midst of so many depressing stories in the news these days.

My Saturday so far has mostly been spent catching up on my neglected Google Reader subscriptions, Twitter favourites and more. It’s been good taking the time reading about so many different things happening around the world, ranging from:

But the thing that has stuck with me most and that I’d like to highlight here especially is an article I found through UrbaChina, on the evolution of street art in China, focusing on Beijing. Interesting to read on something that has always been part of urban culture here, but which is still a very small movement in China. But growing. I would love to see the documentary about it as well, hopefully it’ll find its way to one of the (Asian) film- or documentary festivals here.

De afgelopen weken hebben bij mij vooral in het teken gestaan van werk, maar dan vooral: in welke vorm zou ik idealiter willen werken? Wat vind ik belangrijk in hoe ik werk, en bij mijn werk-/opdrachtgevers?

Stukje bij beetje begint daar een duidelijker beeld bij te ontstaan – en dat is eigenlijk ook een heel spannend proces. Ik ben de afgelopen tijd in dat proces ook een aantal uitdrukkingen tegen gekomen die mij enorm aanspreken en inspireren. Hieronder een paar van die uitdrukkingen (want een blog – of in elk geval dit blog – is tenslotte bedoeld om ideeën mee te delen):

> Ondernemer van je eigen talent

> Mens- & talentgericht werken

> Zelfstandig professional, met vooral daaraan gekoppeld de volgende regels uit het boek Society 3.0 waar ik al eerder aan refereerde:

Mensen hebben geen organisatie meer nodig om inkomen te verwerven. Ze werken tegelijkertijd voor en binnen verschillende netwerken en kiezen zelf welk netwerk hun ‘inzet’ verdient.

En als laatste, misschien wel de kreet die het meest mijn gevoel bevestigt van hoe de moderne arbeidsmarkt er uit zou (moeten) zien

> Loyaal aan je vak, in plaats van aan je werkgever

Ruilen.
Delen.
Samenwerken.

Het lijken de laatste paar weken toverwoorden te zijn die ik op veel, en vooral op onverwachte, momenten tegen kom. Natuurlijk zijn dit geen nieuwe begrippen. Het ruilen van goederen voor andere goederen bijvoorbeeld staat aan de basis van het samen leven van groepen mensen, waar intussen ‘gewoon’ geld voor in de plaats is gekomen.

Maar waar ik ook kijk, waar ik ook ben, of wat ik ook lees – het gaat tegenwoordig over ruilen, delen en samenwerken. Bijvoorbeeld als kernwaarde van nieuwe duurzame business modellen waar het magazine P+ vorige maand over schreef naar aanleiding van onderzoek van hoogleraar Jan Jonker. Uit dat onderzoek blijkt dat geld niet meer het enige ruilmiddel is en dat het samenwerken centraal staat in deze nieuwe business modellen.

Maar ook op bijvoorbeeld een Pechakucha avond in Amsterdam kwam in de meeste presentaties een vorm van bovenstaande naar voren: muzieksite 22tracks die juist is begonnen vanuit de gedachte om goede muziek te kunnen delen; de T-shirt ruilkraam van de Tilburg Cowboys waarbij je je oude bezwete t-shirt op een festival kan inruilen voor een schoongewassen ander t-shirt; of de fotograaf die unieke fotocamera’s weg geeft en de blije nieuwe eigenaar op het hart drukt om er iets moois mee te doen.

Tegelijkertijd ben ik begonnen met het lezen van het boek Society 3.0; een boek dat ingaat op hoe het anders zou kunnen in Nederland en dat met name de rol van (virtuele) netwerken hierin centraal stelt. Ik ben er nog lang niet helemaal door heen, maar ik ben erg benieuwd naar de ideeën.

Want vanmiddag belandde ik in een uitgebreide discussie met een goede vriend over hoe een echt flexibele arbeidsmarkt er uit zou kunnen zien. Dus niet het nieuwe werken wat, in mijn beleving, in de praktijk met name betekent dat je met je laptop ergens anders dan op kantoor zit. Maar echt flexibel werken: dat je langdurig verbonden bent aan meerdere opdrachtgevers die je serieus nemen in plaats van of gezien worden als tijdelijke zzp’er die er nu even voor een klus is of in plaats van een voltijds arbeidscontract waarin geen ruimte is voor aanvullende, niet-concurrerende opdrachten. In die situatie gaat het juist om waarde toevoegen op de juiste plek – en die juiste plek kan variëren gedurende de week. [verdere uitwerking hiervan volgt] De kern blijft: delen & samenwerken waarbij je gebruik maakt van de juiste expertise beschikbaar binnen een netwerk van gelijkgestemden.

Het leidt wel tot de persoonlijke vraag: waar vind ik mijn plek in dit bewegende spectrum van ruilen – delen – samenwerken. Op dit moment bevind ik me, professioneel gezien, in een grote organisatie met een duidelijke taakomschrijving. Een deeltaak daarin is het opbouwen van een (extern) netwerk en het samenwerken met partners, maar binnen een beperkt kader. Kan dat niet flexibeler of in meer vrijheid? Of moet ik mijn plek daar meer zelf in vinden, of zelfs: veroveren?

Met dezelfde vriend proberen we sinds een tijdje een groepje mensen bij elkaar te krijgen die werken op vergelijkbare thematiek en die juist ook open staan voor het delen & samenwerken. We noemen het Crossover, juist omdat het over meerdere expertises & vakgebieden gaat en die met elkaar probeert te verbinden. Maar eigenlijk willen we meer.

En terwijl ik al dit overdacht vanavond op de bank kwam het journaal voorbij met daarin een reportage over Griekenland. Zoals eigenlijk elke dag, zul je denken. Gelukkig was deze anders, en betrof het een positief verhaal. In Griekenland hebben kleine gemeenschappen een manier gevonden om ook zonder de euro diensten en goederen te kunnen ‘kopen’: ze zijn terug gegaan naar het aloude ruilen. Een mooie afsluiter van de dag dus. Hier te kijken en ook nog over te lezen.