Archive

CSR

On Tuesday night I attended the second CSR Meetup in Amsterdam which would be about the phenomenon of benefit corporations. A term I had never heard of before, so I was interested to learn more as it’s one part of social entrepreneurship.

I like the idea of social entrepreneurship where a social issue becomes central and contributing to a change on this issue is taken up as a business venture. This also seems to be an increasing phenomenon.

Taking on a social issue as a business, or at least making social issues central to how you do business, also means taking into account the concerns of all stakeholders. And not just the shareholder whose main objective is likely to be making the most profit. In the Netherlands this idea isn’t new at all: Dutch corporate law determines that a company needs to make the best decision for the company based on the interests of all stakeholders. However, in the US this is not the case. According to corporate law there the wishes of the shareholders – i.e. maximizing profit – are leading for company decisions. A more legal discussion on these differences can be read in this article by Sjoerd Kamerbeek.

The non-profit organisation B-Lab is working with businesses in the US to change this and it wants to introduce legislation that will make it legally binding to take all stakeholders into account and report on this for these types of corporations. Eleven states have so far passed this legislation which makes the legal environment for social enterprises much more secure.

B-Lab is doing a lot more than just this policy work which was the main topic of the CSR Meetup where the organisation gave an overview of their main activity: certifying companies for the B-Corp standards.

B-Corp is a certification scheme which aims to ‘shine the light’ on these companies with that community mission. It isn’t just about a product – for which there are many standards already – but looks at the whole of the company and whether it lives up to this premise and reports on it accordingly. So far, over 600 companies (one well-known example of which is Patagonia) have been certified, mainly in the US. Interest is this scheme is increasing in other countries and the organization is exploring which other countries would be interesting to expand to.

What I find most interesting about B-Corp is that it seems to turn around the premise of doing business and assesses a company on that. Many other certification & reporting schemes (GRI, ISO26000, MVO Prestatieladder, to name just a few that I know of) work with the idea that a company’s main concern is making a profit but they should do this responsibly – and this is where these certifications come in. B-Corp looks at it the other way around: a company is in it for the good of society and it’s, happily, making money doing so. How well does it live up to that premise, and, what is a company’s social impact, are the questions that B-Corp tries to answer.

The ideas behind B-Corp are interesting and it’s good to see it growing, though I can’t help wondering if there would also be a place for yet another certification scheme in the Netherlands. Consumers are already getting lost in the masses of eco- and sustainability labels on products: would one that is not about the product but about the company behind it be any less confusing or any more transparent? I also see that it is becoming more difficult for, especially, SME’s to figure out if CSR certification will be useful to them and if so, which scheme to use. Adding another option to the mix might only be counterproductive.

I haven’t made up my mind yet, despite an interesting evening of presentations and discussion. I am curious though to see what progress B-Lab will make in further positioning this scheme in the US and abroad. And most of all, how companies will respond.

Twee weken geleden organiseerden MVO Nederland en Agentschap NL een zakelijk evenement over Internationaal Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen: hoe doe je nu op een goede manier zaken in het buitenland?

Onderwerpen die gedurende de dag aan bod kwamen waren bijvoorbeeld corruptie, ketenverantwoordelijkheid, communicatie, financiering en allerlei andere aspecten waar je in het buitenland mee te maken krijgt. Maar die ook vanuit Nederland enorm moeilijk te controleren en te beïnvloeden zijn. Want hoe kom je er achter of alles gaat zoals afgesproken in, bijvoorbeeld, die Chinese fabriek waar jij onderdelen inkoopt? En als je er wel achter komt dat niet alles gaat zoals je wil, wat doe je dan? Complexe dilemma’s, en dat blijkt telkens weer uit de ervaringsverhalen die ik van bedrijven hoor over deze thematiek.

Dat is ook wat me vooral is bijgebleven van deze dag, of wel de MVO Exchange: complexe materie dat bijna niet helemaal perfect uit te voeren is.

Zo was er een ondernemer die sprak over zijn bedrijfje dat intussen succesvol lampjes op zonne-energie verkoopt in een aantal landen in Afrika waardoor mensen in kleine dorpjes licht krijgen, ‘s avonds nog dingen kunnen doen, kinderen kunnen lezen en zo meer naar school kunnen. Allemaal ontzettend goed. Maar vanuit de zaal kwam de onvermijdelijke vraag: “Maar waar & hoe worden deze lampjes geproduceerd?”. In China, en hoe… dat wisten ze niet precies. De ondernemer gaf wel duidelijk aan dat wat hem betreft het doel van de onderneming is om licht te krijgen in die dorpen. En dat lukt. En aan de rest wordt gewerkt zodra hier goede en haalbare oplossingen voor zijn.

En er was de Dopper, het hippe waterflesje waardoor je gewoon kraanwater kan drinken en niet steeds nieuwe plastic flesjes water hoeft te kopen om die vervolgens weer weg te gooien. En een deel van het geld gaat naar een NGO voor waterprojecten. Wat wil je nog meer? Maar ook hier kritische, en terechte, vragen uit het publiek: “Waarom is dit wel geproduceerd van plastic? Waarom is het niet op z’n minst biologisch afbreekbaar plastic?” Etc. Nu blijkt dat het tweede niet technisch mogelijk is, maar het blijven scherpe vragen. Want zouden we in een ideale wereld niet van producten af willen die olie als grondstof hebben, en daarmee dus ook van plastic? Op dit moment zoekt de Dopper naar producenten in China voor een RVS-versie van de fles, maar ja… ook dat is niet zo makkelijk.

Dit zijn maar twee voorbeelden. Maar de dag zat hier vol mee. En niet alleen deze dag, maar veel andere ervaringen die ik hoor van bedrijven. Dit zijn niet alleen de ervaringen van kleine bedrijven, ook de grote multinationals van deze wereld lopen tegen dezelfde dilemma’s aan. Hoe goed deze bedrijven ook bezig zijn, ze hebben ook nog een lange weg te gaan. Maar gelukkig gaan ze allen met vertrouwen die weg op.

Perfectionisme op het gebied van MVO en duurzaamheid blijkt in elk geval niet te bestaan. Een bedrijf dat denkt zijn MVO-beleid zo in te kunnen richten dat het daarmee alle issues heeft afgedekt komt dus bedrogen uit. Want ja, de dilemma’s zijn ook vaak moeilijk bij elkaar te brengen.

Dit bleek ook eerder deze week weer toen een bedrijf vertelde over hun afwegingen bij inkoop in China, bijvoorbeeld rond overuren. Je wil als Nederlands bedrijf voorkomen dat jouw leverancier zijn mensen veel te veel uren laat werken. Maar ja, stel nou dat dat komt omdat jouw klant heel snel een grote order geleverd moest hebben? Maar ook: bij deze productielocaties in China werken vooral migranten. De enige reden voor hen om naar die plek te komen is om te werken, zo veel mogelijk om zo veel mogelijk geld te kunnen verdienen en terug te sturen naar hun familie en kinderen. Dus wat nou als zij gewoon die extra uren juist willen maken, en anders wel naar de buurman gaan om te werken…?

Chindia Rules! is the title of a series of debates on how the rise of China and India is influencing the world, of which i attended the first evening last night.

The theme of this first debate was CSR & the new world order. A very broad topic to discuss on just one of those countries, let alone connecting these two countries in the discussion.

The panel was a varied group of China and India experts, though I felt that the group was a little unbalanced. On the Chinese side, Dutch men were speaking from a business and law perspective. And on the Indian side the panel included an Indian businessman and an NGO. This also meant that it really was difficult to get a good grasp on developments because no one could properly juxtapose these two countries (by themselves, or in response to the other). The moderator was clearly struggling.

This doesn’t mean that there were no interesting points raised. Stephen Frost, as one of the opening speakers, gave some interesting insights on the credibility of Chinese CSR reporting. This is mostly non-existent for two main reasons: 1) no assurance is provided on the reporting (eg, through auditing as is customary for CSR reporting); and 2) Chinese companies are resistant to transparancy.

This last point was confirmed by one fo the panel members, Henk Schulte Nordholt, when he said that sharing information is seen as losing power, as losing competitiveness.

Another point that has stuck with me is the difference between CSR and philanthropy in the Chinese context. The latter is something you are expected to do as a successful profit-making company, and also helps your relationship with the local community and local government. However, this train of thought doesn’t extend to CSR. Yet?

The final part of the evening brought some interesting questions from the audience. The one that probably shows best that there is still a long way to go was a question from a Dutch investor: she wanted to know how to approach Chinese companies as a potential investor. After some non-committal responses the clearest answer came from a Chinese man in the audience: “Don’t talk about human rights and such issues. Talk about business first. And then talk about something else.”

* A discussion paper was published to accompany this series of debates, which can be found here